On Hold

Home/On Hold

On Hold

In de laatste weken van januari hebben we in Yala goed kunnen kamperen. We voelden ons daar op ons gemak en waren ruim en ontspannen. De ontdekking van de diefstal van geld van onze bankrekening konden we zo goed hanteren. Het was er heerlijk en we hadden er lekker weer.

We reisden door naar het noorden van Argentinië via Purmamarca om de Cerro De Los 7 Colores te zien en daar de tijd voor te nemen. We hebben genoten van deze bijzondere plek.

Op dezelfde dag reden we door naar een camping in Humahuaca. Inmiddels zijn we daar op grotere hoogte – bijna 3000 m – gekomen, eigenlijk zonder dat we het in de gaten hadden. Deze plek was de laatste plek in Argentinie waar we kamperen. Het is inmiddels 1 februari 2017 geworden.

Op 2 februari hebben we Argentinië verlaten door de grens met Bolivia in Villazon te nemen. Dit was een gemakkelijke grensovergang. We ervaarden een groot verschil tussen de grensplaatsen van beide landen; in Argentinië waren de straten stil en nagenoeg verlaten. In Villazon, Bolivia was er juist veel leven op straat doordat allerlei mensen handel aan de man willen brengen. Gezien alle afgelopen grenservaringen tot dan toe ervaarden we deze grensovergang ook als fucking spannend. We waren heel gefocust (ademen) en waren aanwezig in alles wat we voelden. Je gaat ook hier weer langs vier loketten, 2 Argentijnse (immigratie en douane) en 2 Boliviaanse. Bij de Argentijnse immigratie werden we wat langer opgehouden. De chef zelf kreeg onze paspoorten voorgeschoteld. Hij nam zijn tijd. Bleek even later dat bij een Argentijnse grenspassage op Isla del Fuego onze passage niet in de computer was gezet (?). Gelukkig leverde dit geen probleem voor ons en kregen we onze stempels. De Bolivianen stempelden wat sneller. Met wat ongeloof in ons lijf dat we door konden, gaven we elkaar een high five en reden even later de straatgekte van het centrum van Villazon in.

Even later parkeerden we onze auto op de binnenplaats van een hostel nabij het centrum van Villazon. Via de iOverlander-app waren we achter deze plek gekomen.

De volgende dag gingen we Villazon in om wat praktische zaken te regelen (geld, eten en sim-card). Dat was het moment dat we werden gebeld door de bank. Gedurende de behandeling van de gelddiefstal hadden we een zeer goed en persoonlijk contact opgebouwd met iemand van de bank. Hij belde ons persoonlijk. Volgens hem hebben we aangetoond dat we niet zelf in Miami het geld hebben gepind wat voor hen reden is om ons voor het hele bedrag schadeloos te stellen. Dat was een hele opluchting om die last niet meer te hoeven voelen. En een hele zorg minder omdat we het geld, dat deel (zo’n 14%) uitmaakt van ons budget, goed kunnen gebruiken om verder te reizen.

Tijdens het inlezen over de landen waar we door heen reizen kregen we via het internet van de Boliviaanse politie een minder goed – lees corrupt – beeld. Ik merkte aan mezelf dat ik wat gespannen ben als we uit Villazon wegrijden. Onderweg zullen we politiecontroles gaan krijgen. We hebben een kleine maand in Bolivia doorgebracht en daar rond gereden. We gingen met gemak door de weinige politiecontroles in Bolivia heen. Alleen tijdens de eerste controle, notabene als we Villazon uitrijden, worden we verrast. Achteraf waren we in shock dat het gebeurde. Zo’n beetje het laatste pand aan de rand van de stad is een politiepost. Er stonden een aantal oranje pilonen langs de kant van de weg. Ik had dit niet in de gaten. Vanuit mijn ooghoeken en spiegel zag ik een politieman naar buiten komen die met zijn arm stond te zwaaien. Ik schrok! En remde en zette de auto aan de kant. Doorrijden was voor ons geen optie. De man wenkte dat we achteruit moesten rijden. Zo gedaan, waarna hij onze papieren vroeg. Hij vroeg ons uit de auto te komen; we moesten met hem mee naar binnen de politiepost in. Daar pakte hij een groot boek en begon onze (reis)gegevens op te schrijven. Nadat dat was gedaan vertelde hij dat we niet harder mochten rijden in Bolivia dan 80 km per uur (tip). Verder zei hij: ” Cinqo Bolivianos. ” Hoorde ik dat goed? Ik keek Sara aan met dezelfde vraag. Ik begreep dat we geld moesten betalen wat ik op zich vreemd vond. Je weet het op dat moment niet en ik doe dan maar wat van mij wordt gevraagd. Ik gaf hem een bankbiljet van 10 Bolivianos (ongeveer 1 euro 40). Ik verwachtte 5 Bol terug te krijgen. Hij deed de lade van zijn bureau open, deed de 10 Bol erin om vervolgens de lade weer dicht te doen. Hij gaf mij in dezelfde handeling een hand, lachte vriendelijk en wenste ons een goede reis verder. Ik stond perplex. Ik keek Sara aan en zei dat ik nog 5 Bol van hem kreeg. Tegelijkertijd ontstond het gevoel in mij er verder geen probleem van te maken. Ontdaan liep ik met Sara het kantoortje uit naar de auto. Ik begon boos te worden over datgene wat ons zojuist was overkomen. Ik voelde me genaaid! Zo gaat dat dus blijkbaar met politieautoriteiten in Bolivia. Gelukkig was het een eenmalige gebeurtenis (tot nu toe op onze reis).

De dagen na de grensovergang reden we met de auto door Bolivia over grote hoogtes; 4406 m is de top tot nu toe. Prachtige tochten over zand- en gravelwegen. We komen door gehuchten waar de tijd lijkt te hebben stil gestaan. We kruizen kris-kras door de overwegend rode bergen van het zuiden van Bolivia via Pitosi naar Oruro. Overnachtingen hadden we in een grindgroeve, op een terrein bij thermaalbaden, op wildspots in de natuur en op het platteland. In de energie voelden we ons nog steeds naar Lake Titicaca gepusht worden. Inmiddels werd het ons duidelijk dat we daar met de Zonne-eclips op 26 februari wilden zijn.

Op een van deze reisdagen ergens onderweg vroegen we aan een voorbij komende Boliviaan of we op een naastgelegen vlak stuk land konden kamperen. We werden door hem uitgenodigd om in zijn dorp/gehucht te komen overnachten. We reden vervolgens achter hem aan. Zo kwamen we terecht in een gehucht dat Viscachiri heet en in de buurt van de RN6 ligt tussen Llucho en Chacabuco. Verrast werden we door de eenvoud van de mensen en hun leven; ze hadden ook nog nooit een auto met rooftoptent gezien. En ze stonden naast ons te kijken wat we deden als we gingen koken. We nodigden enkelen van hen uit om in de rooftoptent te kijken en mee te drinken van onze koffie. Dankbaar werd alles door hen bekeken en aangenomen. We hadden een rustige nacht. De sanitaire voorzieningen waren niet om over naar huis te schrijven. We gebruikten de buiten-WC van een schooltje dat niet afgesloten is. De volgende ochtend werden we tijdens het ontbijt vergezeld door een wat oudere man die we niet goed op zijn leeftijd konden schatten. Hij gaf aan mijn bril te willen kopen. Hij ziet blijkbaar ook niet alles meer. Ik vertelde hem dat dit niet mogelijk is. Hij probeerde ons daarna over te halen een huis te kopen in het dorp. Ook dat doen we maar niet. Vervolgens – de moed niet opgevend – wilde hij de rooftoptent van ons kopen. Ook dat laten we aan ons voorbij gaan. Hij ging naar huis om even later terug te keren met een accordeon. Spontaan begint hij voor ons te spelen terwijl wij onze havermoutpap aan het eten waren. We bedankten hem daarvoor. Hij raakte me met zijn eenvoud en spontaniteit.

We reden op grote hoogte door naar het noorden. Lake Titicaca is en blijft onze bestemming.

Kou, regen en energetische ontberingen deden ons van een wildkampeerplek vertrekken waar we net stonden. We besloten naar een hotel te gaan. Weg rijdend kwamen we door een plaatsje – volgens ons Cebada Mayu – waar Sara ons afval in een lokale afvalbak wilde doen. Op het zelfde moment kwamen er twee vrouwen uit een naastgelegen pand die gauw een ketting over de weg spanden en geld van ons wilden hebben. Gelukkig stonden we aan de goede kant van de ketting, Sara deed alsof ze het niet verstond, pakte het afval terug uit de bak en wij reden snel verder het dorp uit.

Zo kwamen we in Oruro uit, een grote stad waar het ‘gekkenhuis’ was in de straten naar het centrum.

In Oruro wilden we naar een hotel midden in de stad. We laveerden door kleine nauwe straatjes en het is er een drukte van belang. Maps.me op onze iPhone loodste ons er goed doorheen. Dit hotel had als een van de weinige goedkopere hotels een beveiligde parking. In de stad was het herrie, herrie, herrie. We sliepen op de zesde verdieping gelukkig hoog boven alle straatgeluiden uit. Door de stad lopend kwamen we ogen en oren te kort. Alles gebeurt er op straat en in kleine winkeltjes. Het lijkt erop dat ze allemaal hetzelfde verkopen. Iedere man leek taxi-chauffeur toe zijn en reed in een auto. De volgende dag was er al drumbandmuziek (vals) ‘s ochtends om 7 uur met de hele dag optochten van mensen die organisaties en verenigingen representeren. Het is tegen de 30 graden in de zon en velen zagen er niet erg geïnspireerd meer uit.

We waren in Oruro als de maaneclips plaats vindt. Dat was in het weekend van 8 tot 11 februari. De energetische werking daarvan was groot op mij. Ik werd een soort van ziek. Het leek op hoogteziekte en ik had veel last van buikklachten. Het eten smaakte me niet. Ik voelde me grieperig. Ik ging door een proces heen dat te maken had met het opgeven van mijn plek in een van mijn eerste levens hier op aarde (Lemurië); het heersende matriarchaat ziet niet dat ik in liefde kwam. Er zat iets in mijn buik waar ik contact mee kreeg. Overall ervaren; mijn ik (ego) had er genoeg van gehad. Mijn ego-ik, dat wat niet wil ‘sterven’ en opgaan in de Eenheid, wil uit de ascensie-situatie weg waar mijn Ik steeds voor kiest. De druk op mijn fysiek-energetisch systeem was en is groot, als ook de innerlijke vermoeidheid van al het energetisch werk dat in en door mij gedaan wordt.

Op zondag de 12e voelde ik me weer sterk genoeg om verder te rijden. We reden door naar Copacabana dat ligt aan het Titicacameer. Daarvoor namen we de route via de buitenwijken van La Paz en ook hier kwamen in een enorme (auto)gekte terecht. Allerlei voertuigen met mensen en soms dieren krioelden door elkaar bijna vechtend voor een plek op de weg. Niemand stond de ander toe om voor te gaan. We kwamen terecht op opgebroken hoofdwegen die geasfalteerd werden zonder dat er sprake was van enige vorm van omleidingsborden. We volgden de taxi-busjes die precies weten hoe ze de stad uit kunnen komen. Als ik bij een wegopbreking aan mijn zijde van de rijbaan het tegemoet komende verkeer voor liet gaan, haalden verschillende achter mij rijdende auto’s mij claxonnerend in. Met verbazing sloeg ik het gade en wachtte tot er ruimte is om verder te rijden.

We namen onderweg een pontveer om in Copacabana te kunnen komen. In Copacabana kampeerden we op het strand van het Titicacameer. We bleven hier een tijdje om zo rond de 20e februari naar Isla del Sol te gaan. We waren moe. In het begin hadden we mooi weer en konden we ons in het meer wassen (geen (douche)water in het hostel). De meeste dagen was het regenachtig en kwam de temperatuur niet veel hoger dan 12-15 graden. Er stond soms veel wind en de zon liet zich niet gemakkelijk zien. Ook hier was het regenseizoen. We liepen elke dag naar Copacabana om te eten. We aten in de markthal waar zo’n 20 vrouwen een kookplek hebben waar je heerlijk kunt eten voor erg weinig geld. Het is in Bolivia duurder om zelf je eten te koken.

Ook in Copacabana bleef de nieuwe inkomende energie oude energieën in en via mij er uit drukken. Ik had contact met eenzaamheid en had diep contact met het weten in mij: Wie kent mij werkelijk? Ik weet dat ik anders ben dan anderen. En dat ik in mijn leven andere – voor anderen niet begrijpelijke – levenskeuzes heb gemaakt. Ook heb ik contact met het mannelijk ego dat wil blijven strijden. Het ego blijft zoeken naar strijd buiten zichzelf omdat ie niet wil en kan voelen. Het ego wil niet sterven en opgaan in de Eenheid. Daar bleef ik tot in Peru contact mee houden.

In Copacabana kwamen we een Spaanse man tegen. Hij woonde al vele jaren in Peru omdat hij voelt hier zijn leven te moeten leven. Hij is diep verbonden met de energetische locaties rondom het Titicacameer. We spraken langdurig met hem (in gebroken Spaans-Engels) en kwamen daarmee terecht in onze persoonlijke en spirituele ervaringen. Uit dit contact vloeide een sessie voort waarmee wij hem hebben geholpen in zijn ascensieproces. Ons werk met hem bleek tevens voorbereidend werk te zijn op de vervulling van onze taak op Isla del Sol. Een onverwachte ontmoeting.

Op 22 februari namen we de boot vanaf Copacabana naar Isla del Sol (ruim 4000 m hoog). We waren vier dagen op het Eiland van de Zon om daar ons werk te doen. De boot bracht ons naar Challapampa, het noordelijke deel van het eiland. We bleken de oudste passagiers te zijn onder de westerlingen. Voornamelijk eilandbewoners en backpackers – veel jongelui – maakten de tocht naar Isla del Sol. De boot werd afgeladen met rugzakken, bier (het is carnavalstijd) en voedsel. Er werden uiteindelijk potentiële passagiers geweigerd en sommige locale bewoners besloten om een andere boot te nemen. In het middengedeelte tussen de zitbanken werden de rugzakken en voedselzakken gestapeld. Zo hoog dat de wankele stapel wiebelde en met het minste geringste naar een kant kon vallen. Als een backpacker tijdens de vaart iets uit zijn rugzak wilde hebben die helemaal onderop lag, bewoog de stapel en kwam naar me toe vallen. Als ik de stapel met een local tegen hou voelde het wankele evenwicht van de gehele boot voor mij in het geding. Ik wees de backpacker op de gevaarlijke situatie en zei hem zijn rugzak met rust te laten, wat hij maar moeilijk kon accepteren. De vaartocht ging langs een aantal afmeerplekken en duurde ongeveer anderhalf uur.

Toen we in 2009 in Challapampa kwamen, was het er nog lang niet zo toeristisch. Nu wel met vele restaurantjes, winkeltjes en hostels in bijna elk pand. En er waren nog vele panden in aanbouw zo te zien. Op het strand stonden de tenten van de backpackers. Veel regen en harde wind deed onderscheid maken tussen de solide tenten en de wapperende minder solide. Sommige waaiden bijna weg terwijl de backpacker ingepakt zittend in zijn te dunne slaapzak een beetje beschutting en warmte probeerde te vinden. Ondertussen liepen er varkens met biggen tussen de tenten door op zoek naar voedsel. Een niet al te oplettende backpacker kwam terug bij zijn tent om te zien dat een varken zijn afvalzakken had gevonden en in no time de inhoud ervan over het strand had gespreid. De gevonden voedselrestanten werden verorberd en het varken ging op zoek naar een nieuwe vindplaats. De biggen staken hun kop onder het tentdoek door om daar op zoek te gaan naar voedsel. Argwanend werden de niet-gewenste bezoekers gevolgd en zonodig verjaagd door andere backpackers. Vanuit een restaurant keken we er naar met verbazing en verwondering.

Tijdens ons verblijf op Isla del Sol sliepen we in Hostel Mirador del Sol. Op onze fijne kamer hadden we ons verder voorbereid op onze taak door de procesgang goed in beeld te krijgen en onze focus te scherpen op het doel van onze reis. Het is de bedoeling om de Solardisc in het Titicacameer (weer) te verbinden met de Bron (in ons Zelf). Dit werd de manier voor ons om The Grand Completion in het leven te bewerkstelligen. De Zonne-eclips op de 26e februari is het tijdsbestek waarop we ons werk gingen doen. We hadden contact met andere groepen Lightworkers die tegelijkertijd aan de slag gaan (o.a. de oproep van Cobra, anderen via Prepare for Change en Sandra Walter). Vooraf hadden we de werkplek verkend in de nabijheid van Rocca Sacrada en Tempel van de Zon. Op de 26e zelf regende het stevig en zag het er niet naar uit dat het op tijd droog ging worden. We besloten in onze hostelkamer te gaan werken en onszelf op afstand energetisch te verbinden met de Rocca Sacrada en de Tempel van de Zon. We gingen op bed met de ruggen tegen elkaar zitten. Ik en Sara kennen ieder ons eigen deel van de journey en uiteraard het geheel van ons totale proces. Na innerlijk contact te hebben gemaakt, gingen we in onszelf op reis. Ik maakte contact met de solardisc op de plek in mij die gerelateerd is aan de plek in het Titicacameer. Vervolgens reisde ik door naar een van de Bronplaneten waar wij van afkomstig zijn. Ondertussen raakte ik uit contact met Sara (besef); met dat we samen in onze innerlijke reis waren. Sara riep mij en zei dat ze zag dat ik bij haar weg ging en voelde daarbij dat dit belangrijk was voor het proces om dit tegen mij te zeggen. Ze zei tegen mij haar te volgen. Ik onderbrak mijn ‘reisplan’. En kwam meteen daarna op Isla de la Luna ( Eiland van de Maan) uit. Ik zag ondertussen mezelf staan in een soort van geometrisch raam in een muur. Ik zag mezelf en Sara vervolgens hard met de klok mee rond spinnen. In die spin gingen we met het eiland onder water. We wachten daarna op wat komen ging en reisden samen verder. Ik kwam wederom op onze Bronplaneet uit en zag ons samen naast elkaar in een grote ruimte geknield zitten. In de ruimte waren veel aanwezigen. We droegen een gewaad van licht en atten geknield voor Father God en Mother God. Ik besefte en ervoer dat we in een overgangsritueel naar de Nieuwe Aarde zatten. Ik droeg daarbij een ronde en gevulde band van wit licht op mijn rug. We reisden vervolgens samen verder via Ardur naar de Galactic Sun. Op Ardur waren veel ‘mensen’ die ons verwelkomden. Daar gingen we doorheen, kwamen in de Galactic Sun uit en bleven aan het ‘einde’ daarvan in een soort van gouden ring staan. Ik voelde dat we wachten tot er een energiestoot (sneeze) zou komen. Als deze komt, ging er energie door me heen als in de ayahuascaceremonie wanneer ik in contact kom met mijn kracht. We bewogen in die energiestoot door naar Gaia, de aarde. En maakten in een soort van afdaling in het Titicacameer contact met de solardisc. Ik werp de ‘autoband’ van licht erin en zag dat de solardisc in zijn geheel verlicht raakte. Er ontstonden vibrerende en uitdijende golven vanuit het centrum. Ondertussen nog steeds met de ruggen tegen elkaar zittend, kwam de kundalini-energie in ons beiden vrij. De energie begon als een liaan omhoog te klimmen langs onze ruggengraten en verstrengelde ons samen met elkaar. We voelden de kundalini-energie vanuit onze basis (wortelchakra) omhoog rijzen om uiteindelijk in ons hart uit te komen. We maakten samen contact met de kern van Gaia en van daaruit met onze Bronplaneet. In Sara’s proces kwamen we uit op het witte strand in het binnenste van het Titicacameer. We wachtten tot het strand omhoog zou komen om zo de Aarde binnenste buiten te keren en de Nieuwe Wereld als het ware naar buiten te duwen en door de energie van de Bronplaneet omhoog te laten trekken. We wachtten. Er gebeurt niets en na enige tijd voelden we dat het proces was afgelopen. We kwamen uit onze reis terug. Inmiddels is het half een ‘s middags. Met de voorbereiding op onze reis waren we in totaal zo’n beetje 2 uur aan het journeyen geweest. The Grand Completion voelde niet te zijn afgerond en bewerkstelligd EN het voelde tegelijkertijd klaar.

Teleurgesteld? Mijn verwachtingen waren dat er iets tastbaars zou zijn gebeurd met ons en de door ons ervaren realiteit. We zijn en voelden ons leeg. The Grand Completion leek niet tastbaar voor ons gerealiseerd in de dagelijkse trilling. Toch voelden we dat ons werk erop zit. Een belangrijk deel van onze Calyxes World Ascension Journey is gerealiseerd met het in het leven manifesteren van het bewustzijn dat we ervaren hebben in de Ayahuasca-ceremonie in maart 2016. We hebben het bewustzijn geleefd en beleefd tijdens deze reis tot dan toe. We hebben gedaan wat we voelden te moeten doen. Hoe en wanneer het zich verder gaat manifesteren ligt niet meer in onze handen. Enige wat we kunnen doen is ‘erbij’ blijven. We hebben samen een paar uur tijdens de ceremonie met onze handen in ‘het stopcontact’ gezeten en zijn er vervolgens uit weg geknald. We waren bek en bekaf. Sara is nog nooit zo moe geweest na een journey, dagen lang.

In de dagen en weken erna kwamen we terecht en zijn we nu in de (nieuwe) Leegte. Wat ongelooflijk wennen is omdat ik NU geen focuspunt meer heb. Ik heb geen houvast meer in het innerlijk reizen. Alles is gerealiseerd. We kunnen NU in het Leven ZIJN. En daar moest ik heftig aan wennen. Het voelde onbestemd en ontzettend ruim. Bijna te ruim. We hebben in elk moment zo ruim mogelijk te worden en te blijven. En zonder focuspunt in mij ben ik dat in ieder geval niet gewend. Dat wat in ons gecompresseerd is geweest, krijgt nu lucht en ruimte. De dagen na de zonne-eclips vulden zich maar moeizaam. Uiteraard gingen we verder.

De energie van de periode die na Isla Del Sol ontstaat is te benoemen alsof je On Hold wordt gezet. Een soort van parkeerstand. Wellicht hebben we contact met Venus en Jupiter die in deze weken retrogarde zijn gegaan en dat voorlopig ook nog even doen.

Op 1 maart vertrokken we vanuit Copacabana naar Peru. Deze grensovergang namen we moeiteloos. We reden door via Puno naar Ccotos, een schiereiland in het Lago Titicaca. We kampeerden een aantal dagen aan een baai.

Ondertussen bleef de druk groot op mijn (fysieke) systeem. Dat leverde ongemakkelijke situaties tussen ons beiden op. Sara ging er ogenschijnlijk gemakkelijker doorheen dan ik dat deed. Ik heb moeite om contact te houden met de zin van onze reis. Iets in mij – het mannelijk ego – wil er nog steeds uit weg. Ik heb contact met mijn, met het mannelijk ego dat niet wil sterven. Dat niet wil opgaan in de Eenheid.

Van Ccotos reden we via Juliaca naar Cuzco. Even terugkomend op Juliaca; deze stad krijgt van ons beiden de hoofdprijs als het gaat om het creëren van afvalbergen in de openbare ruimte. Wat verschrikkelijk! Het afval wordt met vrachtwagens vol zo op de weg gestort en iedereen lijkt hede normaalste zaak te vinden. Onderweg naar Cuzco worden we ingehaald door een gezinsauto. Een eindje verderop staat dezelfde auto langs de kant, een meisje stapt uit, pakt een zak met afval en gooit deze langs de kant van de weg. Blijkbaar is er in deze stad geen afvalreiniging. En het is een land met zo’n mooie natuur! We blijven het onbegrijpelijk vinden.

In Cuzco kampeerden we op de enige camping in de stad vlakbij de Inca ruïne Sacsayhuaman. Door de vele regen was het grasterrein doorweekt van het water om meteen modder te worden als we er overheen rijden of lopen. De auto liet diepe sporen na. Op de camping konden we onder een afdak staan met onze rooftoptent, wat met de vele regen voor ons een welkome kampeerplek was. Vanaf de camping is het anderhalve kilometer lopen om beneden op het Plaza des Armas in het oude centrum van Cuzco uit te komen. We bleven een dag of vier in Cuzco. Sinds de keer dat we in maart 2016 in Cuzco waren heeft de stad iets lichts over zich gekregen. De energie voelde anders aan dan toen en het was er voor ons plezieriger om te vertoeven.

In Cuzco troffen we voorbereidingen op de komst van Marjan, mijn schoonzus. Ze reist een maand met ons mee. We bezochten Cuzco Airport om te zien hoe het ophalen van iemand in zijn werk gaat. Ik nam de verkeerde poort en kwam op het direct halen en brengen gedeelte uit. Hier moet ik meteen doorrijden en kan ik de auto niet parkeren. Ik rij over een stoep heen om op het parkeergedeelte uit te komen. We hadden alleen geen parkeerticket, wat we op dat moment maar even voor lief namen. Na de aankomsthal geïnspecteerd te hebben, zijn we terug gegaan naar de parkeerplaats. We melden ons bij een parkeerhuis waar iemand uitrijtickets verkocht. Er wordt niet moeilijk gedaan omdat we geen inrijticket hebben. Een geschreven bon deed bij de uitgang de parkeerboom ook omhoog gaan.

Na Cuzco zijn we door gereden naar Ollantaytambo. We namen onderweg een andere afslag dan ik beoogde en kwamen uiteindelijk terecht op een nieuw aan te leggen weg die in de buurt van Ollantaytambo uit zou moeten komen. Een bord waarschuwde ons voor de gevaren die we tegen konden gaan komen als we door zouden rijden. We besloten om te keren. De energie in mij en Sara veranderde tijdens deze tocht. We hadden in ons contact met een vorm van irritatie. Bovendien wilden we eten, het was inmiddels al voorbij enen. In een lokaal restaurant gingen we naar binnen en bestelden we een gerecht waar ik de naam niet van kan herhalen. In vrijwel alle lokale eetgelegenheden kun je wat ze een ‘menu’ noemen krijgen. Dat houdt dan steevast in dat je soep vooraf krijgt met een hoofdgerecht, vaak met rijst en gefrituurde aardappelpartjes en wat te drinken. En naar keuze vis, wit of rood vlees. We eten dan voor 10 Soles samen, wat in euro’s ongeveer €2,90 is. Het is onze ervaring dat alles erg smakelijk wordt bereid. Zo ook hier. Toen de bestelling werd gebracht bleek dat we een plaatselijke lekkernij hadden besteld. Een ovengerecht met een soort van hamster, genaamd Cuy. (PS Het had ook wel wat weg van een rat.) De hamster was gevuld met kruiden en het geheel was smakelijk en tegelijkertijd vreemd. Voor ons uiteindelijk toch geen lekkernij. Bleek het gerecht ook nog het 8-voudige te kosten, nl. 40 Soles per persoon. Ik ging achteraf mijn handen wassen vanwege het kluiven. En vroeg of er een toiletruimte was. Ik zag wel een privé-ruimte en daar verwezen ze me ook naar. Nadat ik wat zeep op mijn handen had gedaan bij een wasplek liep ik de toiletruimte in. Met een enorme klap liep ik met met kale hoofd tegen het bovenkozijn van de deur aan. En daarmee liep ik een stuk vel van mijn kop met een omvang van ongeveer 3×3 cm. Ik bloedde als een rund en ging van pijn op mijn knieën zitten. Ondertussen de kleine en lage deuropeningen hier in Zuid-Amerika heftig verwensend. In bijna geen enkel lokaal pand is iets hoger dan 1.80m. Ik loop me overal bukkend doorheen te worstelen met mijn 1.85 m. Dit was tot nu toe de derde en meest pijnlijke manier om mezelf zo tegen te komen. Sara en de eigenaresse maakten de wond schoon en verbonden mijn hoofd. We zijn daarna verder gereden naar Ollantaytambo om in Las Portadas Hostel een kamer te nemen. Onze auto konden we op een binnenterrein achter slot en grendel parkeren.

Na een paar dagen reden we vanuit Ollantaytambo door naar Santa Terese, dat vlak bij Machu Picchu ligt. Je kunt vanaf deze plek ook met de trein naar Aguas Calientes om Machu Picchu te bezoeken. In totaal scheelt dit zo’n €50,- pp op treinkosten. En we kunnen in Santa Teresa prima kamperen. Van Santa Teresa rijden we terug naar Urubamba en gaan door naar een prachtige plek bij Corahuasi, genaamd Casa Lena. Dit is een soort van kleuterschool/opvang voor gehandicapte kinderen dat wordt gerund door een Belgische vrouw met Belgische HBO-stagiaires. Een toplocatie voor een zacht prijsje! Vandaag gaan we naar Cuzco om morgen mijn schoonzus te halen. We kijken er naar uit om haar te ontmoeten.

We zijn nu bijna op de helft van onze reis. Inmiddels is mijn schoonzus uit Nederland overgevlogen naar Cuzco en reist vanaf gisteren, vrijdag 24 maart, met ons mee. Als ik dit schrijven afrond zijn we 174 dagen onderweg en hebben we er nog 179 voor de boeg. We zijn dus bijna op de helft. Er zijn ruim 17500 km onder de wielen door gegaan en er is ongeveer €11.160,- uitgegeven. En dat is exclusief de aanschaf van de auto en onze vliegreis. We zijn nog steeds kerngezond. Desondanks valt het reizen, het buitenleven en het ascensiewerk ons niet licht. Sara is vermoedelijk ergens tussen de 15 – 20 kg aan gewicht kwijt en voor mij zal dit ergens tussen de 10 – 15 kg zijn. We worden volledig metaal, emotioneel en fysiek gestript van alles wat niet meer dienstbaar is aan het Leven. Blijkbaar gaat ook ons fysieke lijf door het oog van de naald. Alleen de pure en directe verbinding met ons (hogere multidimensionale) Zelf lijkt over te blijven zodat we alleen ons Goddelijke Zelf hier op Gaia gaan ervaren (in 5D).

Mede namens Sara,

An-Ra,

25 maart 2017, Ollantaytambo

By | 2017-04-19T14:59:14+00:00 March 27th, 2017|Calyxes World Ascension Journey|0 Comments

Leave A Comment